Edu'Actief   Inhoud     Vorige     Volgende


5. Digitale afbeeldingen

Nu je weet hoe je kleuren digitaal kunt voorstellen, kunnen we de stap naar afbeeldingen maken.
Een digitale afbeelding, bijvoorbeeld een foto, bestaat uit een grote hoeveelheid punten (pixels) die elk hun eigen kleur hebben. Die punten liggen op een rechthoekig raster. Een afbeelding van 200 bij 100 pixels bestaat uit 100 'regels' van elk 200 punten. In totaal zijn dat 20.000 pixels.
De eenvoudigste manier om een afbeelding digitaal vast te leggen is een lange lijst van kleuren te maken. Voor het plaatje van 200 bij 100 beeldpunten is dat dus een lijst van 20.000 kleuren. Om precies te zijn bestaat een bestand met een digitale afbeelding dan uit:

Als voorbeeld bekijken we de familiefoto die in zwart-wit in het boek is afgedrukt. De kleurenfoto staat in afbeelding 9.


Afbeelding 9: De familiefoto in kleur


Met een programma om foto's te bewerken hebben we een deel van de foto uitvergroot. De afzonderlijke pixels worden nu zichtbaar als vierkantjes.


Afbeelding 10: Een uitvergroting


Een foto als deze bestaat uit zeer veel pixels en zal daarom veel bytes in beslag nemen. We gaan eens wat rekenwerk doen.

Een pagina tekst bevat hooguit 3000 tekens, dat is 3000 bytes. Een foto zoals deze neemt dus evenveel ruimte in beslag als zo'n 230 pagina's tekst!

Omdat afbeeldingen zo veel ruimte in beslag nemen, is er veel onderzoek gedaan naar compressie, het 'samenpersen' van de de informatie over een afbeelding.
Stel, je hebt een tekening met vlakken die steeds in één kleur zijn opgevuld, bijvoorbeeld een striptekening. In het beeld zullen steeds rijen pixels voorkomen met dezelfde kleur. In plaats van honderd keer die kleur te noemen, voor honderd opeenvolgende pixels met dezelfde kleur, kun je ook het aantal pixels noemen en één keer de kleur. In plaats van 300 bytes heb je dan maar vier of vijf bytes nodig.

Een andere manier om een afbeelding minder ruimte te laten innemen is het gebruik van een palet. We bekijken hiervan een voorbeeld.
In een enkele afbeelding zullen lang niet alle mogelijke kleuren voorkomen. Het kan ook zijn dat een deel van de afbeelding helemaal dezelfde kleur heeft, bijvoorbeeld een vlakje in één kleur. Je kunt een programma een lijst laten maken van alle kleuren die voorkomen. Kleuren die bijna hetzelfde zijn, kun je vervangen door één kleur. Je krijgt zo een beetje kwaliteitsverlies, maar dit hoeft niet zo groot te zijn. Je kunt het aantal kleuren op die manier terugbrengen tot 256.
Van deze kleuren maak je een lijstje: kleur 0 is een of andere RGB-waarde, kleur 1 is ...., tot en met kleur 255. Het nummer van de kleur past in één byte. Bij de algemene informatie over de afbeelding zet je een lijstje met de 256 gebruikte kleuren en voor ieder beeldpunt heb je dan nog maar één byte nodig: het nummer van de kleur.
Zo'n lijst van gebruikte kleuren heet een palet of kleurentabel. In afbeelding 11 zie je een voorbeeld van een palet. Dit palet bevat de 256 kleuren waarmee de familiefoto kan worden weergegeven zonder dat er zichtbaar kwaliteitsverlies optreedt.


Afbeelding 11: Een palet (de kleur wit linksboven is geselecteerd)


Er zijn afspraken gemaakt over de manier waarop compressie gebruikt wordt bij het vastleggen van afbeeldingen. Die afspraken worden ook wel formaten genoemd. Programma's die plaatjes kunnen verwerken, zoals een tekenprogramma of de browser waarmee je deze pagina's bekijkt, kunnen een aantal van die formaten herkennen. Ze beschikken over een algoritme om het gecomprimeerde plaatje uit te pakken en weer als gekleurde pixels op het beeldscherm te zetten.


Er zijn tientallen verschillende formaten voor afbeeldingen. Een paar bekende zijn: GIF is vooral geschikt voor strip-achtige tekeningen, zoals in afbeelding 12. GIF gebruikt een palet met zo weinig mogelijk kleuren en kan goed comprimeren als er grote vlakken in dezelfde kleur zijn.


Afbeelding 12: Een Gif-plaatje


JPEG is zeer geschikt voor foto's. Foto's hebben meestal erg veel verschillende kleuren, maar op de meeste plaatsen verandert de kleur geleidelijk, JPEG maakt hier gebruik van. JPEG legt niet alle pixels vast, in plaats daarvan neemt het voor een blokje pixels de gemiddelde kleur. Dat scheelt veel ruimte, maar de afbeelding wordt niet exact bewaard.
Uitgebreide informatie over deze formaten vind je op de pagina's van Netadvies, daar staat de JPEG- en GIF-gids.

TIFF en EPS zijn professionele formaten die veel gebruikt worden in de grafische industrie.

Er zijn allerlei (kleine) programma's waarmee je afbeeldingen in verschillende formaten kunt openen. Je kunt dan eenvoudige bewerkingen doen, maar vooral kun je er afbeeldingen mee converteren van het ene formaat naar het andere. Bij deze methode gebruiken we IrfanView, zie het werkboek. De meeste recente versie van IrfanView kun je van internet ophalen.

Opdracht 5    IrfanView


  Inhoud     Vorige     Volgende